Terug naar overzicht

BELASTINGDIENST LICHT TOE: NIEUWE INTERPRETATIE ‘REGELING VOOR VERVROEGDE UITTREDING’

Regeling Vervroegde Uittreding (RVU)

Een RVU is een regeling waarbij een werknemer een uitkering krijgt om de periode tussen zijn pensioen- of AOW-leeftijd te overbruggen. Om vroegtijdig stoppen met werken te ontmoedigen, is in 2005 de RVU-heffing geïntroduceerd. Wanneer een bepaalde regeling als een RVU-regeling wordt aangemerkt, wordt deze op basis van artikel 32ba lid 1 Wet op de Loonbelasting belast tegen een tarief van 52%.

 

Oud beleid Belastingdienst

Of er sprake was van een RVU, werd voorheen bepaald aan de hand van een tweetal toetsingskaders: een kwalitatief en een kwantitatief toetsingskader. Van een RVU was geen sprake wanneer de regeling de kwalitatieve en/of kwantitatieve toets kon doorstaan. In beginsel werd er eerst aan het kwalitatieve toetsingskader getoetst. Was er hier geen sprake van een regeling die (nagenoeg) uitsluitend bedoeld was om de periode tussen werk en pensioen te overbruggen, dan was de kwalitatieve toets doorstaan. Aan de kwantitatieve toets werd dan niet meer toegekomen.

 

Handreiking Hoge Raad

Kort geleden heeft de Belastingdienst, naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad in 2018, een Handreiking gepubliceerd betreffende de interpretatie van de RVU. In dit arrest van 2018 oordeelde de Hoge Raad dat in het kader van een RVU-toets aan de hand van objectieve voorwaarden en kenmerken moet worden beoordeeld of een regeling is bedoeld ter overbrugging (of aanvulling) van het inkomen van de werknemer tot aan het moment dat deze met pensioen/AOW gaat. De feitelijke uitwerking en intenties van werkgever en/of werknemer doen derhalve niet ter zake. Hoe de Belastingdienst dan precies gaat toetsen of er sprake is van een RVU is nu vastgelegd in de eerder genoemde Handreiking. Uitgangspunt is dat aan de hand van objectieve voorwaarden wordt beoordeeld of het ontslag al dan niet leeftijd gerelateerd is, waarbij de beweegredenen van werkgever en werknemer dus niet relevant zijn. Sluit deze eerste toets een RVU niet uit, dan vindt op individueel niveau nog een toets plaats, waarbij objectief gekeken wordt of de ontslagvergoeding de werknemer feitelijk in staat stelt te overbruggen tot aan de pensioen-/AOW-leeftijd, of kan worden gezien als een aanvulling op het pensioen. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van een 70%-toets.

 

Conclusie

Het oude toetsingskader (kwalitatief en kwantitatief) van de Belastingdienst is dus van de baan. Getoetst zal worden aan de hand van objectieve voorwaarden, waarbij de volgende aspecten van belang zijn:

  • Er is al dan niet sprake van een niet-leeftijd gerelateerd ontslag;
  • De beweegredenen voor aanbieding van de regeling doen niet ter zake;
  • Intenties voor meedoen aan de vertrekregeling zijn ook irrelevant.

 

Al met al een handreiking om rekening mee te houden; Wij helpen graag!

 

’s-Hertogenbosch, januari 2019

Neem direct contact op